Strategie voor internationaal en interregionaal openbaar vervoer

In conceptfase Auto Fiets en voetganger Trein, tram, bus

De uitdaging

Dit type openbaar vervoer moet sneller, intensiever en met meer over- en opstapmogelijkheden.

Sneller en intensiever openbaar vervoer
Meer overstapmogelijkheden

Het plan

Het centraal station van Antwerpen vormt het internationale knooppunt binnen de vervoerregio. Er moet ingezet worden op het verhogen van de frequenties en het verbeteren van de aansluitingen, ook met die van de omliggende vliegvelden (Zaventem, Schiphol, Charleroi, Eindhoven,…).
Naast het internationale hogesnelheidsnetwerk zijn ook de snelle interregionale verbindingen van groot belang. Op de Vlaamse verbindingen naar Gent, Mechelen en Lier moet de frequentie verhoogd worden tot 4x per uur en gegarandeerd tussen 6u ’s morgens en 21u ‘s avonds. Ook op de verbindingen naar Breda en Roosendaal moet een frequentie van x2 per uur mogelijk zijn.
Waar spoor ontbreekt moeten interregionale snelbusdiensten deze functie vervullen, zoals over de E313 naar Herentals en Turnhout. Ook Malle zou hiervan kunnen mee profiteren.
In de stad zelf krijgen de interregionale treindiensten meer knooppunten en opstapgelegenheden in Berchem, Luchtbal en Zuid.

Aansluitingen verbeteren en frequenties verhogen
Snelbusdiensten inlassen
Meer knooppunten en opstapgelegenheden

De fasering

Fasering nog niet gekend